‘My dear Friend’. Een Javaanse hartekreet ontcijferd.

You know how much I need affection to be happy, and where shall I find it now.

(Voor Maria Sturm 1932-2014)

1ste bladzijde brief 9 december 1856 (John G. and Beatrice A. Dunlap family correspondence, Louisiana Research Collection, Tulane University, hierna LaRC)

1ste bladzijde brief 9 december 1856 (John G. and Beatrice A. Dunlap family correspondence, Louisiana Research Collection, Tulane University, hierna LaRC)

[1ste bladzijde] Batavia, Dec. 9. 56.

Arme lezer! De hier afgebeelde wriemelende woordenbrij lijkt eerder op een kinderlijk kladschilderij dan op een heldere handreiking. De brief is vanaf Java geschreven door de Nederlandse onderwijzeres Berthe Hoola van Nooten née Van Dolder (1817-’92) en gericht aan haar Noord-Amerikaanse aanbidder John G. Dunlap (1804-’82). De flinterdunne en door inktvraat aangetaste vellen zijn, waarschijnlijk met een scherpgesneden ganzenveer, veelvoudig volgekrabbeld, niet alleen, zoals gebruikelijk, horizontaal, namelijk van linksboven naar rechtsonder, maar tevens, op dezelfde kant, verticaal, van rechtsboven naar linksonder, met, alsof dat niet genoeg is, daar doorheen schemerend ook nog eens de net zo dubbel en dwars geslingerde krullen en lussen van de versozijde. Postpapier is kostbaar, dat is duidelijk. De epistolaire kluwen lijkt onontwarbaar, maar onder zijn onstuimige oppervlak blijkt een bevallig en zelfs goed leesbaar, Engelstalig dameshandschrift verscholen te liggen. Wie is deze zuinige madame Van Nooten, hoe is zij op Java terechtgekomen en welke ontboezemingen stuurt zij haar onverschrokken ‘dear friend’ in het verre New Orleans? Dit is de eerste regel van de eerste bladzijde van haar brief uit 1856, hier voor het eerst gepubliceerd:

Mr. Dunlap My dear friend, I did not write you by last mail on acct [account] of my temporary absence from Batavia.

Het is 9 december 1856. Berthe woont in de Gang Scott, een kleine, maar chique en weelderig begroeide laan in Batavia, de hoofdstad van Nederlands-Indië (tegenwoordig Jakarta, Indonesië). Zij stort haar hart uit bij haar trouwste vriend, haar vurigste aanbidder, haar hardnekkigste huwelijksaanzoeker.

I have been rather seriously indisposed for more than two months […].

In eerdere brieven (o.a. uit Louisiana) heeft Berthe geklaagd over de vele tegenslagen in haar leven: het verlies van haar man die in New Orleans aan de gele koorts was bezweken, haar armoede, haar schulden, haar zwakke gezondheid, haar mislukte meisjesinstituten, de bemoeizucht van haar halfbroer Vincent Jacob van Dolder (die haar overhaalde om naar Batavia te komen), haar worstelingen met de kerkelijke autoriteiten, de drukkende atmosfeer van het tropische klimaat op Java, de hemeltergende goddeloosheid van zowel de ‘inlanders’ als de Europeanen, haar hoofdpijnen, buikklachten, maagkrampen, oogproblemen, depressies, keelontstekingen, er lijkt geen einde te komen aan haar lijst van kwellingen, een ware litanie. Soms werd het haar teveel. Toen Berthe nog in Galveston, Texas woonde en een keer de wanhoop nabij was overwoog zij dit leven achter zich te laten, om in een ander haar Verlosser heerlijk tegemoet te kunnen snellen. Maar daar was zij uiteindelijk van teruggeschrokken, misschien omdat die gedachte niet helemaal christelijk leek, misschien ook uit angst om haar vijf jonge en toen al vaderloze kinderen als arme hele wezen achter te laten. Nu, in Batavia en opnieuw ten einde raad, consulteert Berthe een arts. Die blijkt nuchter. Hij adviseert haar om er even tussenuit te gaan.

[…] and the Dr. advised me a short sojourn in the mountains.

Marianne North: "Tree Fern in the Preanger Mountains, Java", Painting 704. Olie op doek, afgebeeld: boomvarens. (Marianne North Gallery http://www.kew.org/mng/gallery/704.html )

Marianne North: “Tree Fern in the Preanger Mountains, Java”, Painting 704. Olie op doek, afgebeeld: boomvarens. (Marianne North Gallery http://www.kew.org/mng/gallery/704.html )

Ten zuiden van het koel gelegen Buitenzorg, Bogor, in het hart van Java, liggen de bergen van de Preanger, waarvan de toppen, met helder weer, zelfs vanaf de Bataviase reede in de blauwige verten te zien zijn. De Engelse wereldreizigster Marianne North (1830-’90), schilderes, Darwin-correspondente, zelfverkozen vrijgezel, enthousiast huwelijkshaatster (‘an abhorrible institution’, ‘a terrible experiment’) en net als Berthe amateurbotanica, zal in 1876 dit ongerepte berggebied intrekken, op zoek naar bijzondere en zeldzame planten. Onderweg heeft zij, op suggestie van de gouverneur-generaal, een bezoek gebracht aan haar collega ‘Madame van Nooten’, die in 1863 bekend was geworden met een rijk geïllustreerd boek over de Javaanse flora. Als Marianne haar bezoekt woont Berthe al lang niet meer in de modieuze Gang Scott, maar in een eenvoudig huis te Selipie, een landelijk gebied ten zuidwesten van Batavia. Miss North is kritisch maar enthousiast, zal ter plekke een exemplaar van Berthes prachtwerk kopen, dat laten opsturen naar London, in de Preanger twee schilderijen van het landschap maken en later op Borneo enkele exotische vruchten in olieverf schetsen, waaronder Citrus decumana (hieronder afgebeeld als afgewerkt in olieverf). Deze pomelo-achtige citrusvrucht had Berthe zelf ook getekend, en laten lithograferen, voor haar spectaculaire Java-boek (zie afbeelding onderaan dit artikel).

Marianne North: "Flowers and Fruit of the Pomelo, a branch of Hennah, and Flying Lizard, Sarawak". Painting 552, Borneo, Sarawak. Afgebeeld: henna Lawsonia inermis, pomelo Citrus decumana, gewoon vliegend draakje Draco viridis. Adopted by Mrs Anne Iddiso. (Marianne North Gallery http://www.kew.org/mng/gallery/552.html )

Marianne North: “Flowers and Fruit of the Pomelo, a branch of Hennah, and Flying Lizard, Sarawak”. Painting 552, Borneo, Sarawak. Afgebeeld: henna Lawsonia inermis, pomelo Citrus decumana, gewoon vliegend draakje Draco viridis. Adopted by Mrs Anne Iddiso. (Marianne North Gallery http://www.kew.org/mng/gallery/552.html )

Nu, in 1856, volgt de overspannen weduwe het advies van haar arts op. Samen met haar oudste dochter en halfbroer reist zij zuidwaarts, eveneens richting de Preanger, huurt een paard, trekt twee weken lang de ruige bergen in, scheert langs steile ravijnen en ziet wild stromende rivieren zich door peilloos diepe bergkloven persen. Het gezamenlijke uitstapje is een groot succes. Berthe geniet van de natuur en voelt hernieuwde levenskrachten in zich opborrelen.

I enjoyed the trips in all of the beautiful scenery which is truly grand. I delighted in the exercise on horseback up the heights & down the depths – along the deep ravines where the mountain currents sweep wildly along – and it has invigorated my mind to behold these glorious things of nature.

Maar dit verkwikkende geluk is helaas van korte duur.

But as to my health – I know not what to say – For you my true & faithful friend I have no secrets and I will therefore [2de bladzijde] not hide from you, that I have greatly suffered in mind & body since I am here. In the deep & earnest confidence I have in you I will entrust you with the causes of my principal sorrows.

2de en2de en 3de bladzijde brief 9 december 1856 (LaRC, Tulane University)

2de en 3de bladzijde brief 9 december 1856 (LaRC, Tulane University)

Het blijkt dat Berthes halfbroer het in zijn hoofd heeft gehaald om met de slavinnendochter Helena Cruickshank te willen trouwen. Hij heeft haar vier jaar eerder ontmoet in New Orleans en zij is inmiddels onderweg naar Batavia. Er is echter een probleem. Hij is al getrouwd, sinds 1839, met de in Nederland achtergebleven Albertine Charlotte Stulen. Deze weigert om te scheiden, tenminste, dat schrijft Berthe, maar uit officiële verslagen van de scheidingsaanvraag blijkt dat Albertine wel degelijk het huwelijk heeft willen ontbinden. Het grootste struikelblok lijkt daarom eerder te zijn dat volgens de wet beide echtelieden bij hun scheiding in persona aanwezig moeten zijn. Aangezien op dat moment de huwelijkse afstand zo’n 13.000 kilometer bedraagt lijkt dit niet een snel, makkelijk of goedkoop op te lossen probleem. Desondanks doemt in Berthes gedachten het schrikbeeld op dat de ‘onbeschaamde’ slavinnendochter Helena haar officiële ‘halfschoonzus’ wordt. In een latere brief aan Dunlap schrijft zij dat in huize Van Dolder de ruzies hoog oplopen.

You know that Helena has given me trouble now let me tell you that the main reason of my refusing to take her was my fear founded on her own insolent remarks – and on Mr E (my brother’s friend) […]

(deze vriend is de heer Eaton uit Boston Common, de dure parkwijk in het oude centrum van de Noord-Amerikaanse havenstad, bij wie Berthe ‘met veel genoegen’ had gelogeerd toen zij onderweg was naar Europa.)

[…] warnings to me regarding her connection with my brother .

Walter Bentley Woodbury, fa. Woodbury & Page, Java: ‘Vincent Jacob van Dolder’, carte de visite, fotografie, met de hand gedateerd 1862) Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie

Walter Bentley Woodbury, fa. Woodbury & Page, Java: ‘Vincent Jacob van Dolder’, carte de visite, fotografie, met de hand gedateerd 1862) Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie

Berthe probeert het aanstaande huwelijk te voorkomen, gedraagt zich daarbij zo dwars als kliefhout en dreigt met vertrekken, maar zonder resultaat. Zij is bang dat Helena niet zal terugschrikken voor drastische acties. Helena’s moeder, de slavin Laurencina Cruickshank, ging, om haar meester (en biologische vader) onder druk te zetten, zelfs zover dat zij zou hebben geprobeerd diens Surinaamse plantage (hoopvol genaamd Paradise) in vuur en vlam te zetten. Maar alle tegenstand is tevergeefs. Berthe gaat het onderspit delven, en zij weet het. Met bitterheid verlaat zij de kapitale villa van haar halfbroer in de Gang Scott. Vincent Jacob zal in 1860 scheiden van Albertine, in 1868 trouwen met de triomferende Helena, om uiteindelijk in 1876 na allerlei even frauduleuze als lucratieve Indische verzekeringszaken als rijk man te sterven op landgoed De Beele bij Voorst, te Zutphen. Dit buiten was eigendom van baron Sloet van de Beele, die als gouverneur-generaal van Nederlands-Indië (1861-’66) sponsor zou worden van de eerste editie (1863 [-’64]) van Berthes grote Java-boek.

M.T.H. Perelaer: ongetiteld (uitzicht op de Pangerango vanuit de plantentuin in Buitenzorg), lithografie (tekening Jhr. J.C. Rappard), uit: Het kamerlid van Berkenstein in Nederlandsch-Indie. Leiden: A.W. Sijthoff, 1888.

M.T.H. Perelaer: ongetiteld (uitzicht op de Pangerango vanuit de plantentuin in Buitenzorg), lithografie (tekening Jhr. J.C. Rappard), uit: Het kamerlid van Berkenstein in Nederlandsch-Indie. Leiden: A.W. Sijthoff, 1888.

Maar dat ligt allemaal nog in de verre toekomst. Nu, begin december 1856, heeft Berthe weinig tijd te verliezen:

I cannot enter into details – Time forbids suffice it to say – that my brother being separated from his [wife] having vainly sued for a divorce which the lady has refused […] is so […] that he cannot marry – […].

Vincent Jacob overweegt om ongewild ongehuwd, want ongescheiden, te gaan samenwonen, wat overigens niet ongebruikelijk was bij blanke mannen in Batavia.

[…] and his intention to live à la manière du pays.

Voor de christelijke Berthe is dit een scandaleuze en onverdragelijke situatie.

He took a fancy to Helena. He saw her in Louisiana four [years] ago. I think she [is] [3de bladzijde] [clever] etc. etc. was very angry with me for not bringing her, and has immediately sent for her [...] and that she is now on her way. My brother has plainly acknowledged to me his intentions towards her – Whereupon I have of course told him that I never would stay with him while she was there. You may imagine that Helena with her revengeful nature hates me for refusing to take her along, for she knew it was to prevent her seeing my brother.

4de bladzijde brief 9 december 1856 (LaRC, Tulane University)

4de bladzijde brief 9 december 1856 (LaRC, Tulane University)

Berthe vreest zelfs voor haar eigen leven als Helena haar zin niet krijgt:

She will greatly triumph over me now – and if I remained with my brother & she was kept out of the way (as he proposed to me) she would make no scrupple[s] of making an end of me [even] to the fashion of her native land even as her mother, who set fire to the plantation of her father [James of zijn broer Robert Cruickshank] from similar reasons. Since I know that Helena is coming, I have suffered such mental anxiety as words can not describe – add to this [4de bladzijde] the excitement of many unpleasant discussions with my brother on this subject – and you will not be surprised thast I have been ill.

De (in chronologische volgorde) slavinnendochter, bediende, maîtresse, moeder, wettige echtgenote, weduwe en erfgename Helena van Dolder-Cruickshank zal het verworven kapitaal er in tien jaar doorheen weten te jagen. Zij verhuist naar Zutphen, raakt later in Amsterdam aan lager wal, wordt insolvent verklaard, emigreert naar Nederlands-Indië, trekt bij haar zoon in en komt uiteindelijk in 1911 te overlijden in één van de gebouwen van diens suikerfabriek Pandji in Sitoebondo, op Java, net zo berooid als de verleidelijke Hellen Goodwill die ze ooit was op de Surinaamse plantage Paradise. Overigens zal de slavernij in Nederlands-Indië pas op 1 januari 1860 afgeschaft worden, nauwelijks vijf maanden voor de verschijning van Multatuli’s geruchtmakende koloniale aanklacht Max Havelaar en ruim drie jaar na Berthes hartekreet aan Dunlap.Arnica foto

Los van deze onverkwikkelijke familieverwikkelingen speelt ook het drukkende tropische klimaat Berthe flink parten. Zij zweert al jaren bij allerlei homeopathische geneesmiddeltjes (zoals ‘Arnica’, het Nederlandse valkruid of wolverlei, Arnica montana) maar deze helpen nu nauwelijk meer:

'Arnica' Elizabeth Blackwell

‘Arnica’ Elizabeth Blackwell

The [climate] is also adding its debilitating influence to moral [causes], I have been attacked with bowel complaints – the most dangerous of all diseases, here, I am not allowed any food but rice & arrowroot […]

In de late jaren ’80 zal haar zoon Alphonse vanuit haar woonplaats Selipie (en waarschijnlijk zelfs vanuit haar huis, want volgens Berthes 20ste-eeuwse nazaat Betsy Marianne Hupka-Barth woont hij dan bij zijn moeder) een handeltje opzetten in de medicinale Arrowroot, oftewel pijlwortel, Maranta arundinacea.

[…] so you may imagine how sick & feeble I am getting. Still there is improvement since a few days and I try hard to keep up my courage.

Louise von Panhuys: 'Maranta arundinacea L.' [als 'Arrow-Root'], pijlwortel, 'Aquarellen van Suriname' (1811-1824) Johann Wolfgang Goethe-Universität Frankfurt am Main, Deutschland.

Louise von Panhuys: ‘Maranta arundinacea L.’ [als ‘Arrow-Root’], pijlwortel, ‘Aquarellen van Suriname’ (1811-1824) Johann Wolfgang Goethe-Universität Frankfurt am Main, Deutschland.

Berthe probeert wanhopig het hoofd boven water te houden. Zij heeft al een paar maanden na aankomst in Nederland-Indië bij de onderwijsautoriteiten in Batavia (en in laatste, beslissende instantie, Nederland) een subsidie aangevraagd om een meisjesinstituut op te richten, bedoeld voor jonge dochters van de blanke Bataviase burgerij. Dat had zij in New Orleans (samen met haar man) ook gedaan, met kortstondig succes. De spanning is te snijden omdat berichten uit het verre Nederland eindeloos op zich laten wachten en haar (financiële) toekomst daardoor onzeker blijft.

The uncertainty as to the decision of the government, which is still kept up, also added to nervous excitement – .

In het volgende voorjaar zal zij, nadat zij de hoop al heeft opgegeven, plotseling toch antwoord krijgen uit Nederland. Dat blijkt gunstig. Zij ontvangt een geldbedrag van maar liefst fl 1500,- (± € 15.000,-) per maand. Berthe is dolgelukkig. Zij kan nu, voor de vierde keer in haar leven, een school voor ‘beschaafde meisjes’ gaan opzetten. Maar ondanks een veelbelovende start en ondanks de officiële belofte dat bij gebleken succes de ‘subsidie’ voor zeker zes jaar gecontinueerd zal worden, gaat Berthes meisjesinstituut na nog geen twee jaar alweer ter ziele. De gulle geldschieters in het verre vaderland blijken namelijk niet van gediend van haar pedagogiek, die in hun ogen veel te christelijk is. Berthe, die zich Nederlands Hervormd noemt alhoewel zij liever de Engelse Kerk bezoekt, wil niet alleen dagelijks in de klas de bijbel (laten) lezen, zij verafschuwt ook het veronderstelde heidendom om haar heen en wil bovendien de ‘verderfelijke’ invloed van het papisme op Java een halt toeroepen. Zij prefereert religieuze standvastigheid boven wereldse rijkdom, een toen (als nu) blijkbaar aanstootgevende voorkeur. Deze christelijke Prinzipienreiterei is één van de twee redenen dat haar meisjesschool op 1 januari 1859 alweer zal moeten sluiten. De andere is het verwijt dat haar instituut te elitair zou zijn, iets wat met veel ophef in de Indische pers wordt besproken. Nu, in december 1856, en vooralsnog schoolloos, vraagt zij zich af hoe zij in hemelsnaam haar eigen kinderen moet onderhouden, tenminste, voor zover die daadwerkelijk bij haar zijn, in Batavia.

And most of all perhaps a never ceasing [pain] hid in my bossom caused by the estrangement of my eldest children.

Berthes beide zonen, de veertienjarige Vincent Jacques Henri en de twaalfjarige Alphonse Charles, zitten op dat moment op het (anno 2016 nog steeds florerende) Schotse jongensinternaat Merchiston Castle School, vlakbij Edinburgh. Haar twee jongste dochters had zij eerder vanuit Amerika naar haar ongetrouwde zussen in Wageningen gestuurd, maar deze zijn later met haar meegekomen naar Java. Dit was allemaal ongetwijfeld betaald door hun rijke halfoom Vincent Jacob. Deze heeft namelijk in eerdere brieven aan Berthe beloofd de kosten voor de opvoeding van haar kinderen voor zijn rekening te nemen, tenminste, als zij zelf naar Nederlands-Indië komt. Als gewiekst zakenman rekent hij waarschijnlijk op de sociale contacten die de magistratenweduwe madame Hoola van Nooten née Van Dolder heeft in de hogere kringen van Batavia. De vele fascinerende facetten van de mannelijke natuur overpeinzende, kunnen we echter ook niet uitsluiten dat hij de komst van zijn halfzus Berthe en haar kinderen gebruikt als een quasi-altruïstisch excuus om de reis van (en het samenzijn met) zijn jonge maîtresse Helena te legitimeren.

5de bladzijde brief 9 december 1856 (LaRC, Tulane University)

5de bladzijde brief 9 december 1856 (LaRC, Tulane University)

Dunlap in het verre Louisiana blijft Berthes meest nabije vriend:

Of these most bitter days in my life I have never spoken to any one.

Zij schrijft over een verlies dat hij blijkbaar geleden heeft.

But what you have communicated to me of your [loss] & your […] […] […] [5de bladzijde] to you also on this subject.

Dat moet de dood van Dunlaps echtgenote Beatrice betroffen hebben, twee jaar daarvoor. Uit eerdere brieven weten we dat hij toen hoopte eindelijk Berthe te kunnen trouwen. Zij twijfelde echter over zijn aanzoek, om wat voor redenen dan ook. In dezelfde tijd, nog relatief jong en zich bewust van haar eigen aantrekkelijkheid, was zij kort verloofd geweest (inclusief bijpassende kostbare ring) met weer een andere aanbidder, wiens identiteit zij niet onthult vanwege een even intrigerend als door haar onverklaard ‘verschrikkelijk geheim’. Wat bedoelt Berthe hiermee? Wie is deze andere vrijer? Is hij misschien al getrouwd? We zullen het waarschijnlijk nooit meer achterhalen, maar Berthe weet uiteindelijk ook diens avances te weerstaan. Na deze affaire (waarbij zij liefdesverzekeringen ontving van ‘other lips then yours [Dunlap]’) schreef Berth haar New Orleanse penvriend dat zij vastbesloten was om nooit meer te zullen trouwen, met welke huwelijkszuchtige dan ook.

Haar eigen kinderen zijn een constante bron van zorg. Zij mist de jongens elke dag:

[…] from the very first I have felt chilled & cheated in my feelings for love for these children that have been so long away from me. they seem to look at me with a sort of distrust and to regard me alone as if a stranger. They are dutiful but that for which my heart had yearned & fondly hoped for through many weary years of our separation so painful to me, to which I submitted for their sake only – that cheering love – that childish trust so gratifying to a parent – are wanting. It is a daily torture of bitter grief to me. You know how much I need affection to be happy, and where shall I find it [6de bladzijde] now. At the time that I most [need] submit to have my loves leave me for school – […]

 6de 6de & 7de bladzijde brief 9 december 1856 (LaRC, Tulane University)

6de & 7de bladzijde brief 9 december 1856 (LaRC, Tulane University)

Zelfs het gezelschap van haar dochters kan het gemis van haar geliefde Alphonse en Henri niet goedmaken:

[…] I find no compensation for their absence in my daughters –

Daar komt ook nog eens bij dat Vincent Jacob zijn halfzus Berthe in eerste instantie had verboden om een nieuwe meisjesschool op te zetten. Hij twijfelde aan haar zakelijke inzichten, ook al wist hij dat zij met dit plan juist haar schulden wilde afbetalen.

Two things make it impossible for me to remain with my brother. The coming of Helena & his intentions towards her, and the stern duty that bids me work for the payment of my debts.

Intussen werpen haar contacten in de hogere kringen van Batavia inderdaad hun vruchten af, zo niet voor haar halfbroer, dan toch voor haarzelf:

I have yet one hope and that is that it may please the supreme ruler of the hearts of men to induce the governor general of this island […]

(de gouverneur-generaal op dat moment is Charles Ferdinand Pahud, in functie 1855-’61)

 […] to be favourable to my request He seems to be so disposed – and [I] […] [certainly] [shall not] […]

Een deel van de originele brief is hier helaas weggevallen. We kunnen pas weer iets ontcijferen als Berthe schrijft dat zij ook haar Noord-Amerikaanse vrienden erg mist:

[7de bladzijde] I long [exceedingly] [… …] do you not wish by every mail beyond expression at the silence of all my American friends, except yourself – but chiefly at that of Mr Richardson – I never should have thought it possible for him to forget me so soon I have been too much & too truly attached to him not to feel his neglects keenly. Who is there but you alone – – Should you see Mr Richardson tell him what I say – I have no secrets for him – but self respect forbids my writing to him – since my two last letters were left unanswered. He did not even call  for the letter he knew I had left for him at Mrs. Eaton and which she wrote me was still in her possession – if you know of any news regarding any old acquaintance of mine, let me know.

8ste bladzijde brief 9 december 1856 (LaRC, Tulane University)

8ste bladzijde brief 9 december 1856 (LaRC, Tulane University)

Zij sluit af met een vraag naar blijkbaar recente ontwikkelingen in Amerika:

I long to [8ste bladzijde] hear the results of the late political struggle in my dear adopted country.

Nu wordt ook duidelijk waarom het briefpapier dubbel en dwars beschreven is:

Perhaps you will find it difficult to read this, but I had to write thus for fear of making my letter too voluminous.

Een voorlopig laatste groet:

And now farewell my own dear friend. I shall not cease to think of you with unchanging regards and gratitude for all your friendship to me. It is sad to think how long I must now wait before I can have your answer. Still you must be sure to write per retour of mail.

Een laatste zegen:

Farewell dear Mr Dunlap God bless you – Henriëtta & my boys send their love & I am always Yrs affectionally & truefull [B.]

Marianne North: 'The Preanger Mountains', Painting 803, oil on canvas, ca 1876, adopted by Dr & Mrs F Ames-Lewis (Marianne North Gallery http://www.kew.org/mng/gallery/803.html )

Marianne North: ‘The Preanger Mountains’, Painting 803, oil on canvas, ca 1876, adopted by Dr & Mrs F Ames-Lewis (Marianne North Gallery http://www.kew.org/mng/gallery/803.html )

In een postscript verzoekt zij hem om nog wat valkruid op te sturen, het homeopathische huismiddel waar zij nog steeds veel baat van denkt te hebben.

Could you send me a dose more of the Arnica It would oblige help me if you could forward them to Mr. Eaton. He will send them further. But you will have to write him []

Adres van een brief (10 januari 1855) van Berthe uit GaAdres van een brief (10 januari 1855) van Berthe uit Galveston, Texas aan Dunlap in New Orleans, Louisiana (© LaRC, Tulane University)

Adres van een brief (10 januari 1855) van Berthe uit Galveston, Texas aan Dunlap in New Orleans, Louisiana (© LaRC, Tulane University )

Berthe en John hebben elkaar in dit aardse leven nooit meer ontmoet.

De brief is klaar en kan verstuurd worden. Dat was anno 1856 minder eenvoudig dan het nu misschien lijkt. Volgens de historicus De Haan waren er in Batavia zelfs in 1861 nog helemaal ‘geene brievenbussen, geene postzegels, geene postwissels’. De eerste plek waar men (ongefrankeerde) post kon achterlaten was op de bovenverdieping van het Stadhuis (tegenwoordig Jakarta History Museum), aan het toenmalige Stadhuisplein, in 1828. De eerste brievenbussen, zeven in totaal, werden pas in 1863 geplaatst en de eerste Indische postzegels werden pas op 1 april 1864 gebruikt. Berthes flinterdunne brief zal vanuit Batavia met de pakketvaart vervoerd zijn, waarschijnlijk per zogenaamde overland-mail, dat wil zeggen, niet naar het zuiden, door de Straat van Soenda en langs de Afrikaanse Kaap, maar richting het noorden, door de Zuid-Chinese Zee naar het Engelse Singapore (dat Berthe eerder als poste restante-adres van Vincent Jacob had opgegeven), door de nauwe Straat van Malakka, rakelings langs de zuidpunt van Ceylon over de Indische Oceaan richting Arabië, verder naar Aden en door de Rode Zee, over de snikhete landengte bij het Egyptische Suez  (ooit op dromedarissen, later met paarden, vanaf 17 november 1869 per boot door het nieuwe kanaal), via Alexandrië over de oostelijke Middellandse Zee naar Marseille of Triëst, dwars door Centraal-Europa richting Nederland en daarna per zeil- of stoomboot via Liverpool of Southampton met een grote boog over de Atlantische Oceaan naar Noord-Amerika, om uiteindelijk (via New York of Boston) terecht te komen in het zuidelijke, zoele New Orleans, Louisiana, om na deze halve wereldreis heelhuids neer te dwarrelen op het bureau van de even trouwe als geduldige Dunlap, die op dit antwoord van Berthe bijna een half jaar heeft heeft moeten wachten. Voor haar geldt hetzelfde, in omgekeerde zin.

Madame Berthe Hoola van Nooten: 'Citrus decumana', lithografie (G. Severeyns), uit: 'Fleurs, Fruits et Feuillages Choisis de la Flore et de la Pomone de L’Île de Java peints d’après de nature', 1863 [-'64].

Madame Berthe Hoola van Nooten: ‘Citrus Decumana’ [= Citrus maxima?], lithografie De Pannemaeker, plaat [3] uit: Fleurs, Fruits et Feuillages Choisis de L’Île de Java peints d’après de nature. Bruxelles: Muquardt [1881; derde editie].

In deze onzekere tijden besluit Berthe om opnieuw te verhuizen, dit keer naar Buitenzorg (Bogor), zo’n 60 kilometer ten zuiden van Batavia. Zij opent daar een meisjesschool, voor de vijfde keer in haar leven. Hier is zij aan alle kanten omringd door de tropische natuur en het is waarschijnlijk ook in deze omgeving dat zij op het idee is gekomen om een spectaculair salontafelboek over de Javaanse flora te publiceren, geïllustreerd met kleurenlithografieën gebaseerd op haar eigen aquarellen. De opbrengst daarvan hoopt zij kunnen te gebruiken om haar gezin te onderhouden, iets wat zij niet alleen zonder gêne maar zelfs met nadruk vermeldt in haar Préface. Het in Brussel gedrukte en uitgegeven Fleurs, Fruits et Feuillages Choisis de la Flore et de la Pomone de L’Île de Java (drie edities, totale oplage niet veel minder dan zo’n 1000 exemplaren) zal inderdaad een commercieel succes worden. Maar ook hiervan plukt Berthe weinig financiële vruchten, ondanks het feit dat na haar overlijden maar liefst veertien de luxe-exemplaren van dit prachtwerk in haar huis aanwezig blijken te zijn. De weduwe mag dan berooid zijn, zij laat zich niets wijsmaken. Als een waarachtig christen werpt zij de Heere haar armoede niet voor de voeten, zij is er Hem juist dankbaar voor. Berthe zal op 12 april 1892 eindelijk haar Verlosser ontmoeten, in het huis van haar schoonzoon Friedrich Gustav Carl Degent te Tanah Abang, armer in aardse bezittingen dan zij ooit had gevreesd (haar nalatenschap bedraagt na aftrek van alle schulden precies ƒ45,80), maar rijker aan herinneringen dan zij ooit had durven dromen.

Charles Theodoor Deeleman: Gezigt op de Noordzijde van het kerkhof te Batavia, lithografie, uit: Bataviaasch Album. Verzameling van een tiental gezigten van de hoofdstad van Nederlandsch Indie. Opgedragen aan Zijne Exellentie den Minister van Staat J.J. Rochussen. Batavia: G. Kolff & Co, circa 1859 (op deze begraafplaats te Tanah Abang lag Berthe Hoola van Nooten begraven).

Charles Theodoor Deeleman: Gezigt op de Noordzijde van het kerkhof te Batavia, lithografie, uit: Bataviaasch Album. Verzameling van een tiental gezigten van de hoofdstad van Nederlandsch Indie. Opgedragen aan Zijne Exellentie den Minister van Staat J.J. Rochussen. Batavia: G. Kolff & Co, circa 1859 (op deze begraafplaats te Tanah Abang lag Berthe Hoola van Nooten begraven).

To open the great book of nature; to endeavour to represent, if but faintly, by our feeble art, that glorious colouring, those treasures of hidden beauties so freely spread around us, by our munificent Creator – (here, especially, in this beautiful island of Java, privileged in this respect, where vegetation is so magnificent) – is it not this which meets the cravings of our hearts, which cannot fail to give us our proper nourishment by feeding our souls with silence, prayer and love?
(Préface, Fleurs, fruits et feuillages choisis de flore et de la pomone de L’Île de de Java)
Met veel dank aan / thanks to Herbert Adam, Simone Ballard (Research Intern Nolalocavores, Herbarium Assistant Tulane University), Sean C. Benjamin (Public Services Librarian, Louisiana Research Collection, Howard-Tilton Memorial Library, Tulane University), Youki Crump (Marianne North Gallery, Kew Royal Botanic Gardens), Steven P. Darwin (Department of Ecology and Evolutionary Biology, Tulane University, New Orleans), Marcel van Dorst, An Duits, Leon C. Miller (Head Louisiana Research Collection, Tulane University) en Bruce Boyd Raeburn (Director Special Collections and Curator, Hogan Jazz Archive, Tulane University).
ganzenveer

 

 

Bibliografie
♣ ADAM, Herbert: De herkomst van de Adams. Adam from Paradise. http://www.deindischeadams.nl
♣ BUITENWEG, Hein: Soos en samenleving in tempo doeloe. Den Haag: Servire, 1965.
♣ DIESSEN, Drs. J.R. van & Prof. Dr. F.J. ORMELING [etc]: Grote Atlas van Nederlands Oost-Indië [etc]. Zierikzee / Utrecht / Meppem: Uitgeverij Asia Maior / Atlas Maior / Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap / MaxZ, 2003.
♣ [HAAN, Frederik de:] OUD BATAVIA GEDENKBOEK uitgegeven door het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen naar aanleiding van het driehonderdjarig bestaan der stad in 1919. Batavia: G. Kolff & Co, 1922 (twee tekstdelen en een Platen Album).
♣ [HOOLA VAN NOOTEN 1845-’59:] Berthe Hoola van Nooten to J.G. Dunlap, 1854-’59 (onderhavige brief 9 december 1856), John G. and Beatrice A. Dunlap family correspondence, Louisiana Research Collection, Louisiana Research Collection, Louisiana, Tulane University (USA) (afkorting LaRC) [35 originele brieven, Galveston 1845 – Batavia ’59; complete scans en de transcripties ervan in collectie auteur]. http://tulane.edu/
♣ HOOLA VAN NOOTEN, Madame Berthe: Fleurs, fruits et feuillages choisis de la flore et de la pomone de l’Île de Java peints d’après de nature par madame Berthe Hoola van NootenOuvrage dédié à sa majesté [sic] la reine de Hollande. Bruxelles: Émile Tarlier, Montagne de L’Oratoir, 5, 1863 [-’64] (2de editie 1866, 3de editie [1881]).
♣ [HUPKA-BARTH, Betsy Marianne (Beppie):] ‘Poging tot necrologie [van Berthe Hoola van Nooten]‘. Anoniem, ongedateerd, ongepubliceerd, op website Collectie Tropenmuseum, opgetekend uit de mond van Hupka-Barth door een medewerker (die in elk geval in 2012 al was overleden) van het Tropenmuseum, waarschijnlijk in de jaren ’80 van de XXste eeuw (persoonlijke communicatie van toenmalige conservator Koos van Brakel, Tropenmuseum, augustus 2012). Hupka-Barth (1908-2004) was volgens ‘eigen’ zeggen een kleindochter van Berthe Hoola van Nooten, maar is in werkelijkheid haar achterkleindochter. Hupka-Barths ouders waren namelijk de Indische Controleur J.P.J. Barth en Anne Eliza née van Marle. De laatste was een dochter van Augustus Johannes van Marle en Julia Bertha née Hoola van Nooten. Julia Bertha was de vroeggestorven (1874) dochter van Berthe. De jonge Anne Eliza groeide daarom tot 1883 op bij haar grootmoeder Berthe, wat de vergissing van Hupka-Barth verklaart. Deze laatste (die was genoemd naar de jongere zus van Berthe en zelf kinderloos zou blijven) was in februari 1945 in Amsterdam door Ds Buskes clandestien getrouwd met de Duitse musicus Felix Hupka (1896-1966), leraar van onder andere Bernard Haitink en Cristina Deutekom. http://tropenmuseum.nl/
♣ MERRILLEES, Scott: Batavia in Nineteenth Century Photographs. Singapore: Editions Didier Millet, 2010.
NEDERLAND’S PATRICIAAT 53ste Jaargang 1967 (Hoola van Nooten).
♣ NORTH, Marianne: Recollections of a Happy Life. London: MacMillan, 1893 (2 delen, met een later verschenen derde deel).
♣ [NORTH, Marianne:]  Marianne North Gallery http://www.kew.org/mng/gallery/index.html
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in botanie, Reizen en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op ‘My dear Friend’. Een Javaanse hartekreet ontcijferd.

  1. alle diderik de jonge zegt:

    Beste David;wat een schitterend verhaal en wat fraai beschreven door jou
    Alle Diderik de Jonge

  2. An Duits zegt:

    How wonderful!!! Congratulations! Ik ben zo blij met dit stuk, waar we zo hard aan gewerkt hebben: het is zo mooi geworden! En dat heb jij toch maar gedaan!

  3. Dat is weer een goed gedocumenteerd verhaal geworden David, chapeau!. We hebben er even op moeten wachten maar dat was de moeite waard. Ik vlei mij met de gedachte dat je deelname aan ons Genootschap stimulerend zal werken op je bibliofiele eigenschappen & en het regelmatig bijhouden van je blog ;))

    • Gilbert DEGENT zegt:

      Bonjour,
      Je ne parle pas Néerlandais et je vous remercie de répondre en Français.
      C’est en France que je réside et je suis l’arrière petit fils de Maria Philpina Van Nooten et Friedrich Gustav Carl Degent.
      Particulièrement intéressé par la généalogie de ma famille, je souhaiterais poursuivre les recherches avec toutes personnes intéressées…ou peut-être famille éloignée qui serait encore en Hollande ou en Indonésie.
      Restant à disposition pour ces recherches, bien cordialement. Gilbert Degent.

  4. Han Joppe zegt:

    Hoi David (ik vind “Davidius” van Josephine eigenlijk beter bij jou passen).
    Prachtig verhaal heb je ontcijfert.
    Mijn grootvader is op zijn zeventigste in 1951 gaan ‘hokken’ met een weduwe van adel die ook zo’n verhaal met zich meedroeg als jouw Berthe. Bij haar zat er nog Russische adel in verweven. Toen ter tijd interesseerde mij dat niet en nu is iedereen al te lang overleden om de biografie boven tafel te krijgen.
    Heel aardig vond ik de vernoeming van de familie Sloet in de buurt van Zutphen. Ik heb nog les gehad in de algemene waterbouwkunde van ir. baron Sloet; een aardige kerel die altijd met een aanhanger achter zijn Peugeot 404 reed omdat het ‘klooien’ met grond en water hem in het bloed zat.
    Het ga je goed en maak nog maar meer van deze mooie verhalen.
    Groet,
    Han Joppe, Epe

  5. Pingback: Berthe Hoola van Nooten gekiekt. Een originele Woodbury & Page-carte de visite herontdekt en enige andere wetenswaardigheden rondom een voormalig buffelsveld. | Magazijn van Natuurlijke Historie

  6. Pingback: Om en nabij het Koningsplein | Java Post

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s