De primeur. Berthe Hoola van Nooten publiceert haar Javaanse florilegium.

To open the great book of nature […]’ (Hoola van Nooten, ‘Preface’ in Fleurs, fruits et feuillages)

In 1863 was het eindelijk zover. Vanaf dat jaar liet Berthe een eigen Javaans plantenboek verschijnen. Ze is daarmee, voor zover bekend, de eerste vrouw in de geschiedenis. 

Hoola van Nooten, Fleurs, fruits et feuillages [etc], omslag eerste livraison eerste editie, Bruxelles 1863; © Bijzondere Collecties UvA

Volgens de gedrukte data op de losse omslagen van een bewaard gebleven oningebonden exemplaar1 kwam de eerste aflevering met vier platen van het florilegium in januari van dat jaar te Brussel uit. Nog vòòr het einde van 1863 werden de vijf daaropvolgende gepubliceerd, terwijl de laatste vier afleveringen pas in de loop van 1864 zouden verschijnen. Op de officiële titelpagina is deze informatie niet terug te vinden. Het project van veertig grote kleurplaten moet, los van de lange duur, sowieso nogal een kostbare gok zijn geweest. Toch bevatte het fonds van uitgever Émile Tarlier meerdere soortgelijke titels. De Belgische botanicus De Puydt (die in 1880 te Parijs een omvangrijk orchideeënboek zou laten verschijnen) publiceerde hier bijvoorbeeld zijn eveneens schitterend geïllustreerde plantenkashandleiding Traité theorique et pratique de la culture des plantes de serre froide – orangerie et serre tempérée des jardiniers (ca 1862). Volgens het titelblad van Berthes florilegium was Tarliers bedrijf gevestigd op nummer vijf in de Montagne de L’Oratoire (Oratoriënberg), in de toenmalige Faubourg de Louvain, tegenwoordig Saint-Josse-ten-Noode. De wijk  is nog altijd de kleinste maar drukst bewoonde buurt van Brussel. Wat verder naar het westen liggen de sierlijke, Sanssouci-achtige kassen van de in 1826 aangelegde Kruidtuin (Botanique), vol met plantensoorten die daar vanuit de hele wereld naartoe gezonden waren. Iets noordelijker, in de Rue de Liekerke, bevond zich de werkplaats van Tarliers belangrijkste lithograaf, Guillaume Severeyns, lid van de Académie royale de Belgique. Geboren in 1830 als Guillaume Albert Charles (abusievelijk ook wel Georges genoemd), was hij zelf de zoon van een bekende steendrukker, Guillaume Michel Corneille Severeyns (1804-’65).2 Al op vierentwintigjarige leeftijd had deze een lithografische studio opgericht. In het bedrijfspand in de Brusselse Rue de Schuddebeek waren uiteindelijk zo’n dertig steentekenaars in dienst. Vader en zoon werkten op zeker moment zo intensief samen dat het vrijwel onmogelijk is om hun identiek gesigneerde platen (‘G. Severeyns’) uit elkaar te kunnen houden, ook al schijnt Severeyns junior in zijn manuscripten ter onderscheiding ‘fils’ aan zijn naam toegevoegd te hebben.3 Duizenden platen moeten ze samen hebben gemaakt, en toch is er nauwelijks iets over hen bekend. Zelfs de sterfdatum van de jonge Guillaume is tot nu toe niet boven water gekomen.4

Ook in Batavia stonden steendrukpersen,5 zoals die van het Lithografische Établissement van het Topografische Bureau.6 Maar deze lijken vooral gebruikt te zijn voor cartografische overheidsopdrachten, of voor het maken van bijzondere tropische landschapsgezichten, zoals afbeeldingen van ‘vuurbergen’7 (vulkanen). ‘s Lands Plantentuin bezat zelfs een eigen drukkerijtje.8 Dat Berthes aquarellen dan ook niet in Batavia of Buitenzorg, maar in Brussel werden gedrukt, was te danken aan Guillaume Severeyns’ bijzondere tekenkwaliteiten. Samen met zijn vader ging hij door voor misschien wel de beste botanische lithograaf van zijn tijd.9 Berthe heeft veel geluk gehad dat juist zij haar werk wilden reproduceren. Later zou Severeyns alle lithografische stenen overnemen van Émile Tarlier, om in 1866 Fleurs, fruits et feuillages onder zijn eigen naam opnieuw uit te kunnen geven. Het Duitse ‘Verschlimmbesserung’ is een verrukkelijk woord: naast alle daarbij gecorrigeerde tekstfouten blijken er bijna net zoveel nieuwe gemaakt te zijn.10 De veertig originele, met de hand geannoteerde en van een uitgebreid kleurennummer-systeem voorziene losse vellen van de eerste editie die daarvoor als monsters werden gebruikt bevinden zich nog altijd in het bezit van Berthes Nederlandse nazaten. Elk blad is door zowel Severeyns –père of fils– als zijn drukker Van Goethem geparafeerd en voorzien van precies dezelfde handgeschreven tekst en signaturen:

Vu et approuvé Comme type pour exécution conforme / Suivant Convention de Cejour, quinze Mai Mille / huit Cent Soixante Cinq. [M.?] Van Goethem / G. Severeijns’.

Hoola van Nooten, ‘Sterculia Nobilis’ (= Sterculia monosperma); door zowel lithograaf Severeyns als drukker Van Goethem geannoteerde en geparafeerde proefplaat (1865) van de eerste druk (1863-’64) van Fleurs, fruits et feuillages (plaat [11]), bedoeld voor de tweede editie van 1866; bezit familie Barth

In tegenstelling hiermee is de combinatie van genummerde kleurcodes voor elke plaat specifiek. Welke druktechnische aanwijzingen daarmee bedoeld worden is vooralsnog onduidelijk, terwijl ook niet meer valt te achterhalen via welke wegen alle losse bladen tenslotte bij Berthes familie in Amsterdam zijn terechtgekomen. Ondanks de enorme geografische omweg moeten ze na ‘gebruik’ toch zijn opgestuurd naar Batavia, en later door haar kinderen of kleinkinderen weer zijn meegenomen naar Nederland. Maar één ding is zeker. Het stuk voor stuk bekijken, controleren, annoteren, corrigeren en uiteindelijk dubbel goedkeuren van alle veertig chromolithografieën laat zien dat het uitgeven van Fleurs, fruits et feuillages ook voor deze tweede editie een prestigieus project was.11 Als er van de eerste editie zo’n driehonderd exemplaren verkocht waren à  fl 60/70,- , dan moet de totaalopbrengst daarvan al gauw fl 19.500,- (195.000,-) bedragen hebben, een enorme som. De opbrengst van de tweede editie à fl 85,- zal nog hoger geweest zijn, namelijk fl 25.500,-, dus zo’n 255.000,-. Wat uitgevers als Tarlier, Severeyns en later Muquardt daaraan financieel overgehouden konden hebben is eveneens niet bekend, maar voor een handarbeider was de rekensom snel gemaakt. Om één livraison à fl 7,- van Berthes Javaanse bloemenboek te kunnen betalen moest hij een volle week werken.

De door Berthe gemaakte tekeningen zijn tot nu toe niet getraceerd. Maar er is wel een goed beeld te krijgen van Severeyns’ capaciteiten als lithograaf door enkele uitzonderlijk bewaard gebleven andere aquarellen te vergelijken met de platen die hij daarnaar op steen heeft overgebracht. Dit geldt bijvoorbeeld de originele tekening en bijbehorende lithografie van Tecomanthe dendrophila, een tropische trompetboomachtige die in 1849 voor het eerst officieel beschreven was door de Leidse botanicus Blume, in diens vierdelige Rumphia.12 Overigens zal Berthe dit prachtig geïllustreerde werk goed gekend hebben, het stond in elk geval al sinds publicatie op de planken van de bibliotheek van ’s Lands Plantentuin.13 Uit een snelle vergelijking van de twee Tecomanthe-afbeeldingen wordt meteen duidelijk dat Severeyns in staat was om zowel de grootste botanische structuren als de kleinste technische details van transparante aquarellen natuurgetrouw (en eventueel in spiegelbeeld) op steen te reproduceren, inclusief fraai verkleurde, aangevreten of afgestorven plantendelen.

Links: W.J. Gordon (zie Haks en Maris, Lexicon of Foreign Artists pag. 102), ongetiteld, ongedateerd, Tecomanthe dendrophila, aquarel, eerste helft negentiende eeuw; Naturalis Biodiversity Center illustratie 32018; rechts: ‘Dendrophila trifoliata‘ (= Tecomanthe dendrophila), handgekleurde lithografie van Severeyns in Blume, Rumphia. Tomus quartus (1849; plaat 190), Naturalis Biodiversity Center illustratie 111725

Als dit representatief is voor al zijn tekenkunst, dan moeten, omgekeerd bekeken, die van Berthe eveneens van een hoge kwaliteit zijn geweest. Uit deze vergelijking blijkt ook dat de uitvergrote bloemonderdelen aan de onderkant van de platen uit haar florilegium misschien niet door Berthe zelf waren vervaardigd, maar dat Severeyns die toevoegde, of liet toevoegen, wellicht door een professioneel botanicus. Deze anatomische details lijken het verschil tussen Hoola van Nootens bloemenboek en een echte, wetenschappelijke flora wel heel erg klein te maken. In elk geval verdampten Tarliers eventuele verkoopzorgen al snel. De publicatie van Fleurs, fruits et feuillages choisis de la flore et de la pomone de l’île de Java in 1863/’64 was een groot succes, artistiek en commercieel. Dat gold niet alleen het grote publiek in Nederlands Indië. Ook bekende botanici in Europa, zoals F.A.W. Miquel en C.A.J.A. Oudemans, waren onder de indruk. Volgens het voorwoord van de tweede editie uit 1866 zou gouverneur-generaal Sloet van de Beele daarnaast maar liefst fl 2000,- (zo’n 20.000,-) aan de eerste hebben bijgedragen. Dit royale gebaar, gemaakt namens de Indische regering en voldaan na afronding van het werk in 1864,14 was ongetwijfeld mede te danken aan Berthes opvallende sociale vaardigheden. De titelpagina van het florilegium was overigens minder verrassend. Deze bestond uit de typisch  negentiende-eeuwse mengelmoes van kleine, grote, dikke, dunne, nauwelijks gespatieerde romeinse karakters en industrieel ogende schreeflozen en schaduwschriften. Des te indrukwekkender waren de veertig daaropvolgende ‘kromolitografieën’15 van Berthe c.q. Severeyns. Na het mislukken van haar meisjesschool in Batavia hoopte de vrome weduwe hiermee misschien geen hemelse vruchten, maar dan toch broodnodige aardse pecunia te kunnen oogsten. [wordt vervolgd]

(met veel dank aan de familie Barth, Marcel van Dorst, An Duits, Marianne Offereins en Johan de Zoete)
Noten
♣ 1) Bijzondere Collecties UvA; ♣ 2) Flores-Villela, Bour en Adler, ‘Publication history of the Mission scientifique au Mexique [etc]’, Revista Mexicana de Biodiversidad, vol. 87, núm. 3, septiembre [2016] pp 1162-1167♣ 3) Ibid.; ♣ 4) Het schijnt dat in 1898 de ‘l’imprimerie Severyns’ (eerder gevestigd in de Rue de L’Union 10, maar later ‘au 181 rue de Progrès près de la gare du Nord à Bruxelles’) werd overgenomen door de bekende affichedrukker Goffart, zie Gasnier, Les affiches publicitaires d’alcool [2006] pag. 301; ♣ 5) De eerste was al in 1828 geïnstalleerd en stond in de Parapatandrukkerij, in de wijk met die naam, zuidoostelijk van het Koningsplein, zie De Haan, Oud Batavia Gedenkboek II [1922] pag. 286 noot 1; ♣ 6) De drukpersen van het Topografische bureau te Batavia (vallend onder de Genie) hadden al in de jaren ‘50 van de negentiende eeuw concurrentie gekregen van geïmporteerde persen en nieuwe ‘steenen’, zie bijvoorbeeld Verslag van het beheer en den staat der Nederlandsche bezittingen en kolonien in Oost- en West-Indië en ter kust van Guinea over 1853 [1858] pag. 40 – zie ook Merrillees, Batavia in Nineteenth Century Photographs [2010] pp 266 en 267; ♣ 7) Natuurkundig Tijdschrift voor Nederlandsch Indië. Uitgegeven door de Natuurkundige Vereeniging in Nederlandsch Indië. Deel VII. Nieuwe Serie. Deel IV [1854] pp 478-479; ♣ 8) Haeckel, Uit Insulinde [1902] pag. 80; ♣ 9) Nissen, Die Botanische Buchillustration [1951] pag. 233; ♣ 10) Voor het contemporaine corrigeren van drukproeven zie bijvoorbeeld Van der Meulen, Boekhandel en bibliographie [1883] pag. 136 e.v.; ♣ 11) Een wellicht vergelijkbaar begrotelijk project betrof Buffa & Zonen’s topografische platenalbum Java (1865-’72) met vierentwintig lithografieën van Johan Greive naar schilderijen en tekeningen van Abraham Salm – dit werk (overigens net als Fleurs, fruits et feuillages op speciaal watermerkloos Bristol papier gedrukt) werd aangeboden voor fl 96,-, een bedrag dat eerder blijkbaar ook voor Buffa een ‘heavy investment’ had betekend, zie Bastin en Brommer, Nineteenth Century Prints and Illustrated Books [1979] pag. 44 e.v.; ♣ 12) Blume, Rumphia [1835-’48] Tomus quartus tab. 190 (als Dendrophila trifoliata); ♣ 13) Treub, Catalogus der bibliotheek van ’s Lands Plantentuin te Buitenzorg [1887] pp iv en 39; ♣ 14) Verslag van het beheer en den staat der Oost-Indische bezittingen over 1862. Geleidende Brief. No 1. Zitting 1864-1865. XCVIII. 29 Maart 1865. No. 3 [1865] pag. 122; ♣ 15) Ibid.
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op De primeur. Berthe Hoola van Nooten publiceert haar Javaanse florilegium.

  1. An Duits zegt:

    Heel mooi, jongen, ik ben trots op je! Liefs, An

  2. Sjef Schoorl zegt:

    David, in hoeverre is deze verheugende ontwikkeling aan jou te danken? — Sjef Schoorl

  3. jos goos zegt:

    Je reconstructie wordt steeds krasser, David!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s