Bedrieglijke schoonheid. Enkele terzijdes bij de touwbloem van Berthe Hoola van Nooten

I then saw Java’s true and living charms’ (Maria van Nooten (de oudste dochter van Berthe) aan Dunlap, brief d.d. 9 mei 1857)

[…] Al snel na aankomst op Java kwam Berthe in de hogere kringen van Batavia terecht. Ze moet zelfs goed contact hebben gehad met de toenmalige gouverneur-generaal, baron Sloet van de Beele (in functie 1861-’66). Hij was het tenslotte die in 1863 namens het Indische gouvernement de eerste editie van haar Fleurs, fruits et feuillages zo royaal zou subsidiëren. Zijn werkpaleis te Buitenzorg (Bogor) stond schuin tegenover het pand waarin later haar vijfde meisjesschool gevestigd zou worden, aan de overkant van de Groote Postweg. Deze ruim duizend kilometer lange verkeersader over Java liep met twee scherpe bochten pal langs het gouvernementele paleis. De naastgelegen plantentuin, dezelfde plek waar Berthe haar veertig plantensoorten ‘d’après nature’ zou tekenen, werd op die manier in het noorden begrensd door het paleispark, in het westen door de drukke Postweg, in het oosten door de smalle, snelstromende Tjiliwoeng (Ciliwung) en het zuiden door de dichtbevolkte en door Europeanen gewoonlijk gemeden Chinese wijk, de ‘Kampong China’. Op heldere dagen kon men in de verte de glinsterende contouren ontwaren van de nog actieve vulkanen Gedeh en Salak, de ‘blauwe bergen’ van de allereerste Hollandse handelsreizigers.

Tot de opening van een spoorlijn in 1873 waren de ruim veertig ‘palen’ (zo’n zestig kilometer) tussen Buitenzorg en Batavia alleen te voet, te paard of per koets af te leggen, een urenlange rit. Toch gebeurde dat, zelfs voortdurend, want in de hoofdstad bevond zich het handelscentrum, in het zuiden zetelde de koloniale regering en resideerde de landvoogd. Bovendien lag het relatief muskietenarme Buitenzorg dicht tegen de berghellingen van de Preanger aan. Overvloedige moessonregens en de daarop binnenstromende frissere lucht konden daardoor in elk geval ‘s nachts voor wat verkoeling zorgen. Volgens de Duitse evolutionist Ernst Haeckel was de plek een van de mooiste op aarde, volgens zijn landgenoot Franz Junghuhn in elk geval de natste. Dagelijks terugkerende, met felle donderslagen gepaard gaande stortbuien deden de gezwollen lucht boven ‘s Lands Plantentuin soms trillen. Ze konden zo heftig zijn dat ze vergezeld gingen van heuse, ijzige hagelvlagen. De bodem, de bergen, de nog werkende vulkanen, het broeierige klimaat, de lucht, de vochtigheid, de ‘plasregens’, het schitterende uitzicht, alles droeg ertoe bij om van de plantentuin te Buitenzorg, veel meer nog dan de Gang Scott in Batavia, een levende broeikas, een Javaanse Hof van Eden te maken. Geen plant was zo exotisch of ze kon hier tot bloei komen.

Hoola van Nooten, ‘Strophanthus Dichotomus’ (= S. caudatus), plaat 25 uit Fleurs, fruits et feuillages choisis de la flore et de la pomone de l’Île de Java, Bruxelles, 1863-’64

Dit geldt ook de zogenoemde touwbloem, door Hoola van Nooten op de vijfentwintigste plaat van haar florilegium afgebeeld. De tot twaalf meter hoge hout- en liaanachtige plant (tegenwoordig Strophanthus caudatus) komt voor van Zuid-China en Maleisië tot op Java en Nieuw-Guinea. Volgens een contemporaine catalogus (1866) had Berthe een levend exemplaar ervan kunnen aantreffen bij de hoofdingang van ’s Lands Plantentuin, precies in de linkerbocht van Groote Postweg. Later schijnt de plant verplaatst te zijn, want een overzicht uit 1923 vermeldt dat ze in de buurt van de Tjiliwoeng groeide, aan de andere kant van de hortus. In het florilegium merkte Berthe op dat ‘Indian ladies’ hun sluike kapsels doorvlochten met de zijdezachte, bont wit/paars gekleurde en tot een halve meter lang kronkelende touwbloemslingers. Het elastische en struisveerachtige vruchtpluis (zie afbeelding) zou eveneens ‘extremely pretty’ zijn. Indische schonen kenden deze ‘exquisite beauty’ al veel langer. Dat had zijn prijs, want vrouwelijke gevoeligheden als deze zijn altijd al ten koste gegaan van kwetsbare natuurproducten, hoewel dat offer de waarde van de feminiene bevlieging uiteraard juist verhoogde, als het die al niet veroorzaakte. Exotische orchideeën, kroonduiven, zilverreigers, sprookjesachtige paradijsvogels, alles wat glinsterde, zeldzaam of buitenissig was moest het daarbij ontgelden. Vrouwelijke ijdelheden kende Berthe zelf maar al te goed. Veel eerder, op een Texaans huwelijksbal, had ze als jonge weduwe eens haar opwachting gemaakt in een zwartsatijnen avondjurk die weliswaar al vier jaar oud was, maar haar, beweerde ze, alle bijbelse vermaningen over pronkzucht terzijde schuivend, nog zo beeldig stond dat ze elke veel kapitaalkrachtigere seksegenote er ter plekke de loef mee afstak. 

Ansichtkaart (jaren ’40) van gouvernementspaleis te Buitenzorg vanuit ’s Lands Plantentuin

De schoonheid van de touwbloem is overigens bedrieglijk: de plant bevat een krachtig gif (strophantine) dat vroeger door Maleise ‘inboorlingen’ voor dodelijke pijlpunten werd gebruikt. Hoewel de originele aquarel verloren lijkt gegaan, werd deze ooit door de Brusselse meesterlithograaf Guillaume Severeyns in ‘kostelijke’ kleuren en natuurgetrouw op watermerkloos velijnpapier gereproduceerd, om zo, samen met alle andere gedrukte platen, tekstbladen en titelpagina, alsnog vereeuwigd te worden in Fleurs, fruits et feuillages choisis de la flore et de la pomone de L’Ile de Java, het botanische prachtwerk van een in meerdere opzichten ongekende negentiende-eeuwse vrouw. 

(de gedrukte tekst zal alle bibliografische verwijzingen bevatten)
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Bedrieglijke schoonheid. Enkele terzijdes bij de touwbloem van Berthe Hoola van Nooten

  1. jos goos zegt:

    Waarde David, prachtig. Ben je in Bogor geweest? Ik wel. Beter van niet, het paradijs kan men beter mijden en er over schrijven.

  2. Hans Hartsuiker zegt:

    Beste David, ik lees je blog met deze aflevering voor het eerst. Interessant en spannend, ik blijf je volgen. Twee opmerkingen, als je me toestaat; het onderschrift van de Strophantus-afbeelding benoemt de prent als ‘plaat 24’, terwijl in de tekst wordt verwezen naar ‘de vijfentwintigste plaat’. Voorts, als ‘d’après de nature’ een citaat is, lijkt me een [sic] nodig, de correcte uitdrukking is immers ‘d’après nature’ (zie bijvoorbeeld: http://www.cnrtl.fr/definition/nature, onder D). Maar verder dank & groet. Hans Hartsuiker

    • Dag Hans, dank voor je aardige reactie en ook twee opmerkingen, die beide helemaal kloppen; hoewel ‘d’après de [sic] nature’ wel wat gedetailleerd wordt, heb ik het toch maar zo veranderd; in mijn originele tekst is alles uitvoerig gebibliografeerd; nogmaals dank!

  3. Ton Entius zegt:

    Dag David,

    Heel veel dank. Dat prachtboek, heb je dat ? Dan kom ik het gauw doorbladeren.

    Lieve groet, Ton

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s